Na ons bezoek aan Banja Luka, zijn we een ervaring rijker en enkele vooroordelen armer. Banja Luka, een plaats waar zich van 1991 tot 1995 de meest ondenkbare gruwelijkheden hebben voorgedaan. ‘Jullie kennen het nieuws van die tijd, dus laten we daar maar niet over praten,’ stelde de voorzitter van de moslimgemeenschap ons voor. Dat hebben we dan ook maar niet gedaan.
Maar het knaagde wel aan ons. Concentratiekampen, etnische zuiveringen, stelselmatige verkrachtingen en moordpartijen en toch willen deze moslims hier wonen? Ik was er van overtuigd dat er geen moslims wonen in Banja Luka. ‘Je zou wel gek zijn….’ Maar de eigenaar van het motel waar we overnachtten bleek moslim te zijn. Zijn achternaam, – Ahmetovic -, liet daarover al geen twijfel bestaan. Dat was genoeg aanleiding om bij het benzinestation te vragen of er nog zoiets als een moskee bestond in Banja Luka. De Servische jongeman legde mij uit: ‘Ja natuurlijk, er zijn er wel tien, vijftien, véél te véél!’ Hij zei dit met en welgemeende lach en vrolijkheid. ‘Zal ik je er even één wijzen?’ En nadat hij dit netjes gedaan had, concludeerde hij: ‘Kijk eens hoe een Serviër je de weg naar de moskee wijst.’
We vonden de moskee, werden doorverwezen naar het ontmoetingscentrum van de moslimgemeenschap en hebben daar Bosnische koffie gedronken met de voorzitter van deze gemeenschap. Twaalf moskeeën zijn er herbouwd en op dit moment wonen er naar schatting twaalf tot vijftienduizend moslims in Banja Luka. Niet veel als je bedenkt dat er meer dan zestigduizend gewoond hebben, maar wel veel als je bedenkt dat degenen die er niet meer wonen, vermoord zijn of op een gruwelijke wijze verdreven. Blijkbaar is een mens toch altijd weer veerkrachtiger dan verwacht en snel in staat richting de toekomst te kijken en het verleden achter een deur te stoppen met een slot erop. Ik ben blij met de aanwezigheid van deze moslims in Banja Luka, blij met hun veerkracht en wil om te bestaan en blij met hun liefde voor een land wat nog amper bestaat. Ik ben niet blij met die deur met het slot erop. Moet dat slot er toch niet een keer afgehaald worden en moet die deur niet eens een keer op een kier komen te staan? Moet deze mensen niet een mogelijkheid geboden worden om te verwerken wat zij hebben overleefd? Moeten de criminelen, psychopaten en andere bezetenen uit die tijd dan niet ter verantwoording geroepen worden? En moet de Westerse wereld niet een gelegenheid geboden worden om met spijt en afgrijzen een keer terug te kijken op een tijd waarin we aan de zijlijn stonden en gewoon niets wilden doen? De impopulariteit van deze laatste vraag is mogelijk ook de reden dat we voor dat slot op de deur nooit een sleutel zullen zoeken.











Beste Meindert,
Ik wilde je even op de hoogte brengen van de voorstelling die wij aan het voorbereiden zijn en waarmee we willen aansluiten bij de 15e herdenking van de van van Srebrenica. Wij spelen in het Openluchttheater Castellum in Almere, van 6 t/m 11 juli het toneelstuk ‘Met lege handen’, een Nederlandse vertaling van het Amarikaanse stuk ‘Necessary Targets’ van Eve Ensler. Het stuk speelt zich af in een Bosnisch vluchtelingenkamp in de jaren 90. We werken aan dit project samen met organisaties als het Paltform BiH, Mladi-BiH en de Bosnische school in Amsterdam. Op onze website vind je (binnenkort steeds meer) informatie. Ik vond het leuk je site te ontdekken en je van onze voorstelling op de hoogte te brengen. Mocht je meer informatie willen hebben, meen dan contact met me op.
Met vriendelijke groet, Henk Jansen, regisseur en artistiek leider ZINspelers